Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs with an infinitive construction

Komen om, beloven te, ertoe verbinden: an infinitive after a verb.

  1. De aannemer belooft de oplevering binnen twee maanden te ___. (verzorgen)
  2. De school ertoe verbindt de ouders elk kwartaal een rapport te ___ geven. (ontvangen)
  3. De raad besluit de normen volgend jaar te ___. (herzien)
  4. De klant wenst de levering uit te ___ in plaats van na. (stellen)
  5. De directeur weigert de aanvraag zonder toelichting te ___. (behandelen)
  6. De bewoners wensen eerst gehoord te ___. (worden)
  7. Het college ___ de bewoners de procedure te volgen. (volgen)
  8. De aannemer weigert extra werk zonder opdracht te ___. (aanvaarden)
  9. De commissie draagt het voorstel om te ___. (steunen)
  10. De bank verlangt dat de aanbieder het kapitaal moet ___ brengen. (inbrengen)
  11. De vereniging hoopt volgend jaar weer een evenement te ___. (organiseren)
  12. Het college ziet zich genoodzaakt de dienstverlening te ___. (hervormen)