B2 · Verbs
Verbs of comparison
Vergelijken, overtreffen, gelijken op: comparing things.
- De cijfers van dit jaar ___ die van vorig jaar. (overtreffen)
- Het aanbod van leverancier A ___ dat van leverancier B. (vergelijken)
- De beoordeling van dit jaar ___ die van het vorige jaar duidelijk. (uitstijgen)
- De uitkomsten van de pilot ___ de verwachtingen van het college. (achterblijven)
- Deze oplossing ___ sterk op die van de concurrentie. (gelijken)
- De kosten van het plan liggen ruim ___ de geraamde begroting. (onder)
- De dienstverlening kan niet ___ worden gehouden met andere steden. (vergeleken)
- Deze maatregel moet worden ___ met de maatregel uit 2019. (vergelijken)
- Het aanbod van de ene partij ___ in prijs niet af van dat van de andere. (wijken)
- De snelheid van het nieuwe systeem ___ die van het oude. (evenaren)
- De resultaten van het onderzoek ___ de eerdere bevindingen. (bevestigen)
- De klant ___ de prijs van de vorige levering, en dat zette de onderhandelingen op spanning. (vergelijken)