Learn Dutch
B2 · Verbs

Nominalisations in a formal frame

De beslissing om …, het besluit tot …: verbs turned into nouns.

  1. De beslissing om de werf te sluiten was ___. (onvermijdelijk)
  2. Het college nam het verzoek tot uitstel van de bewoners in ___. (behandelen)
  3. De verplichting tot betaling vervalt na dertig ___. (dag)
  4. Het aannemen van de nieuwe normen vraagt om extra ___. (training)
  5. De mogelijkheid om bezwaar te maken is in dit geval ___. (uitgesloten)
  6. Het college heeft de intentie uitgesproken de dienstverlening te ___. (hervormen)
  7. Door het uitblijven van een reactie is de aanbesteding in het ___ gekomen. (gedaan)
  8. Het toezicht op de uitvoering wordt strenger ___. (worden)
  9. De wens van de bewoners om mee te beslissen is al jaren ___. (negeren)
  10. De bekendmaking van de cijfers is voorzien voor begin ___. (november)
  11. Het uitvoeren van de werken vereist een strenge ___. (veiligheidsregel)
  12. De verlenging van de vergunning is slechts eenmaal ___. (toegestaan)