Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs in a meeting note

Genoteerd, besloten, uitgesteld: the minutes of a meeting.

  1. De vergadering is om 19.00 uur geopend door de ___. (voorzitter)
  2. Er is besloten het voorstel van de wijk te ___. (verwerpen)
  3. De behandeling van punt 4 is ___ tot de volgende vergadering. (uitstellen)
  4. De secretaris ___ de stukken vooraf aan de deelnemers. (versturen)
  5. De heer Van Dijk heeft bezwaar gemaakt tegen de genomen ___. (besluit)
  6. Er is afgesproken dat de volgende vergadering in mei ___. (plaatsvinden)
  7. De vergadering is na een korte pauze ___. (hervatten)
  8. De voorzitter vraagt de secretaris de genomen besluiten toe te ___ aan de deelnemers. (sturen)
  9. Er is vastgelegd dat de notulen uiterlijk binnen twee weken worden ___. (versturen)
  10. Tijdens de bespreking bleven enkele punten ___. (open)
  11. De kommissaris dankte iedereen die had ___. (bijdragen)
  12. De vergadering werd om 21.15 uur ___. (vervolgen)