Learn Dutch
B2 · Verbs

Conditionals with als

Als het regent, blijf ik thuis; als ik tijd had, zou ik…

  1. Als de huizenprijzen verder stijgen, ___ veel gezinnen de stad verlaten. (zullen)
  2. Als ik de tijd had, ___ ik een cursus Arabisch volgen. (zullen)
  3. Stel dat de trein later komt, wat zou je dan ___? (doen)
  4. Als de belastingen omhooggaan, ___ het aantal baanlozen toenemen. (zullen)
  5. Als ik ooit een eigen bedrijf zou opzetten, zou ik werk ___ voor jongeren. (zoeken)
  6. Zou je me willen helpen? Dan ___ ik je zeer dankbaar zijn. (zijn)
  7. Als hij meer tijd had gehad, had hij de opleiding ___. (afronden)
  8. Mocht het weer mooi zijn, dan ___ we een picknick plannen. (zullen)
  9. Ik weet niet wat ik ___ moeten zeggen als ze me vragen waarom ik niet kom. (zullen)
  10. Zolang de overheid niets doet, ___ de problemen groter worden. (zullen)
  11. Als er geen overeenkomst komt, ___ de zaak bij de rechter belanden. (zullen)
  12. Waar zou het op uitkomen als de regering de plannen ___? (terugtrekken)