Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs with a fixed preposition in a clause

zich houden aan, rekening houden met, slagen erin…

  1. Ik weet niet of hij zich aan de regels ___. (houden)
  2. Zij zei dat zij altijd rekening ___ met de wensen van de klanten. (houden)
  3. Hij ___ er niet in de subsidie binnen de deadline aan te vragen. (slaan)
  4. Wij ___ met enthousiasme op het voorstel van de bewoners. (reageren)
  5. Ze had beter kunnen ___ hoe laat de vergadering begon. (vragen)
  6. De journalist ___ de fractieleider wie de verhuizing bekostigd zou worden. (vragen)
  7. Wij ___ ons zorgen over dat de bewoners het niet eens zijn met het plan. (maken)
  8. De woningcommissie ___ contact op met de huurder over de achterstallige huur. (nemen)
  9. Wij ___ er alles voor om de deadline te halen. (doen)
  10. De wooncommissie ___ het punt van de hoge huurprijzen op de agenda. (brengen)
  11. De omwonenden ___ de gemeenteraad om opheldering. (vragen)
  12. Ik ben het niet ___ met de manier waarop de werkgroep de plannen heeft ingedeeld. (zijn)