B2 · Verbs
Passive in all tenses
wordt / werd for the process, is / was for the perfect, zal … worden for the future.
- Het nieuwe stadhuis ___ vorig jaar door de koning geopend. (zijn)
- Op dit moment ___ de brug gerepareerd; je moet omrijden. (worden)
- Toen wij aankwamen, ___ het eten al opgediend. (zijn)
- De resultaten ___ volgende week bekendgemaakt worden. (zullen)
- Vroeger ___ hier elk jaar een groot feest georganiseerd. (worden)
- Er ___ de afgelopen jaren veel te weinig huizen gebouwd. (zijn)
- Het contract had vorige maand al ondertekend moeten ___. (worden)
- Er ___ gisteren tot diep in de nacht gefeest. (worden)
- Volgens de politie ___ de verdachte inmiddels aangehouden. (zijn)
- De oude fabriek ___ in 2030 gesloopt worden. (zullen)
- Als de brief op tijd ___ verstuurd, had hij hem nog ontvangen. (zijn)
- Het museum ___ elk jaar door meer dan een miljoen mensen bezocht. (worden)