B2 · Verbs
Verb clusters in subclauses
dat hij het had moeten doen, of het gered kan worden…
- Ze vertelde dat ze het hele weekend ___ moeten werken. (hebben)
- Ik weet niet of ik het rapport voor vrijdag af ___ krijgen. (kunnen)
- Hij zei dat hij zijn auto had ___ repareren. (laten)
- Ik hoop dat ik volgend jaar in Amsterdam ___ gaan wonen. (kunnen)
- We merkten dat de kinderen al uren ___ te spelen. (zitten)
- Het is de vraag of het gebouw nog gered ___ worden. (kunnen)
- Ik begrijp niet waarom hij dat ooit heeft ___ zeggen. (durven)
- Ze was blij dat ze haar ouders nog één keer had ___ bezoeken. (kunnen)
- De directeur ontkent dat hij van de fraude ___ geweten. (hebben)
- Omdat we een taxi hebben moeten ___, is de reis duurder geworden. (nemen)
- Ik denk dat hij de fout nooit ___ willen toegeven. (zullen)
- Je had echt niet ___ te komen, maar wat lief! (hoeven)