Learn Dutch
B2 · Verbs

Te-infinitives & separable verbs

beloven terug te bellen, vergeten in te vullen, makkelijk te bedienen.

  1. Ze beloofde me vanavond ___. (terugbellen)
  2. Vergeet niet het formulier ___. (invullen)
  3. Het is verboden hier ___. (parkeren)
  4. Hij probeerde het probleem zonder hulp ___. (oplossen)
  5. Wij zijn van plan volgend jaar ___. (verhuizen)
  6. Ik heb geen zin om vandaag ___. (opruimen)
  7. Je hoeft niets ___. (meenemen)
  8. Hij heeft geprobeerd de klant ___. (overtuigen)
  9. Ze stelde voor de vergadering ___. (uitstellen)
  10. De kunst is om rustig ___. (blijven)
  11. Dit apparaat is eenvoudig ___. (bedienen)
  12. Het is belangrijk om je goed ___ op het gesprek. (voorbereiden)