B2 · Verbs
Passive with modals
moet / kan / mag + participle + worden, and past forms.
- De aanvraag ___ binnen acht weken behandeld worden. (moeten)
- Volgens experts had de dijk al jaren geleden ___ moeten worden. (versterken)
- Deze medicijnen ___ alleen op recept verstrekt worden. (mogen)
- Het probleem had voorkomen ___ worden als iemand eerder had ingegrepen. (kunnen)
- Ik denk niet dat dit project voor vrijdag ___ kan worden. (afronden)
- Gisteren ___ de vergadering vanwege de storm worden uitgesteld. (moeten)
- Het nieuwe beleid zal volgend jaar ___ worden. (invoeren)
- Die fout had door de redactie ___ moeten worden. (opmerken)
- Kan de rekening ook in termijnen ___ worden? (betalen)
- Volgens de wet ___ huurders minstens drie maanden van tevoren geïnformeerd worden. (moeten)
- Het museum zou dit jaar ___ worden, maar de verbouwing liep vertraging op. (heropenen)
- Er wordt verwacht dat de resultaten pas in maart bekendgemaakt ___ worden. (kunnen)