Learn Dutch
C1 · Adjectives & articles

Nominalisations in academic Dutch

Nouns built from verbs and adjectives, with the right article and -e.

  1. De ___ van de nieuwe normen verloopt niet vlot. (implementatie)
  2. De ___ van de resultaten duurde bijna een jaar. (beoordeling)
  3. De ___ van de maatregelen werd door de bevolking kritisch gevolgd. (afschaffing)
  4. Er is grote ___ voor een onafhankelijk evaluatieonderzoek. (behoefte)
  5. De ___ die de inspectie uitsprak over de wachttijden was terecht. (kritiek)
  6. Zij sprak van een ___ ontwikkeling van de samenwerking. (geleidelijk)
  7. De ___ van de beleidsinstrumenten werd in kaart gebracht. (toepasbaar)
  8. De ___ die het college uitsprak over de luchtkwaliteit viel slecht ontvangen. (duidelijk)
  9. De ___ van de bewoners over de verkeerscirculatie bleef onopgemerkt. (klacht)
  10. De ___ van de reorganisatie kostte de directie maanden. (voorbereid)
  11. De ___ van de bezuinigingen leidt tot verlies van kennis. (bezuiniging)
  12. Een ___ uitgangspunt is dat iedereen gelijk wordt behandeld. (fundamenteel)