Learn Dutch
C1 · Adjectives & articles

Participles and their meaning

Choosing between -d, -en and -te participles and the ending they take.

  1. De commissie bracht een ___ rapport uit over de uitvoering. (gedetailleerd)
  2. Het ___ beleid heeft de achterstand bij de cliënten niet opgelost. (verouderd)
  3. De commissie nam een ___ standpunt in over de bekostiging. (eenduidig)
  4. De ter vergadering ___ punten worden in het verslag vermeld. (besproken)
  5. Zij presenteerde een ___ voorstel dat direct werd afgewezen. (afgewezen)
  6. Het rapport is ___ opgesteld en bevat geen feitelijke onjuistheden. (zorgvuldig)
  7. De inmiddels ___ leidinggevende werd benoemd tot directeur. (verouderd)
  8. De ___ uitkomsten van de proef zetten vraagtekens bij de methode. (veelbelovend)
  9. Er is sprake van een ___ verschil tussen de twee interpretaties. (wezenlijk)
  10. De ter tafel ___ voorstellen is nog niet beoordeeld. (gebracht)
  11. Onze dank gaat uit naar alle betrokken medewerkers die zich ___ hebben ingezet. (inzetten)
  12. Het ___ werk van de afdeling werd in het jaarverslag erkend. (onzeker)