C1 · Adjectives & articles
Articles: determiners & pronouns
elk/elke, ons/onze, welk/welke, dit/deze, het/hem for things.
- ___ medewerker ontvangt een persoonlijke uitnodiging.
- ___ lid heeft één stem.
- Wij zijn trots op ___ personeel.
- ___ medewerkers verdienen een compliment.
- Ik heb het rapport gelezen, maar ik vond ___ te lang.
- Waar is de sleutel? Ik kan ___ nergens vinden.
- Het voorstel was goed, maar de raad heeft ___ toch verworpen.
- ___ besluit heeft de raad uiteindelijk genomen?
- Ik bedoel niet dit rapport, maar ___ van vorig jaar.
- ___ documenten moeten nog worden ondertekend.
- ___ kind heeft recht op onderwijs.
- Het verslag ___ gisteren werd rondgestuurd, bevat fouten.