C1 · Adjectives & articles
Articles: gender, meaning & suffixes
Words that change meaning with de/het, and suffix rules.
- ___ stof op de kast was in geen maanden weggehaald.
- ___ stof waarvan deze jas is gemaakt, is waterdicht.
- De chauffeur hield ___ portier voor haar open.
- ___ portier van het hotel droeg onze koffers naar boven.
- ___ belangrijkste criterium is betaalbaarheid.
- ___ werkwijze van de commissie wordt herzien.
- ___ argument van de oppositie overtuigde niemand.
- ___ liberalisme heeft diepe wortels in Nederland.
- ___ bal van het jaar vond plaats in het stadhuis.
- ___ pad door het bos was na de regen erg modderig.
- ___ initiatief kwam van de bewoners zelf.
- ___ procedure duurt gemiddeld zes weken.