C1 · Adjectives & articles
Adjectives as nouns & special cases
de rijken, het mooie, iets mooiers, zulk, place-name adjectives.
- De ___ worden steeds rijker. (rijk)
- Het ___ aan dit plan is de eenvoud. (mooi)
- De krant had vandaag weinig ___ te melden. (nieuw)
- Ik wens je al het ___ voor de toekomst. (goed)
- Er waren veel ___ op het congres. (belangstellend)
- Zulk ___ weer hebben we lang niet gehad. (slecht)
- Het ___ publiek reageerde enthousiast. (Amsterdams)
- Zij is de ___ van de klas. (slim)
- Ze trouwde met een ___ meisje uit Sneek. (Fries)
- De ___ in de samenleving verdienen bescherming. (zwak)
- Iets ___ dan dit uitzicht kan ik me niet voorstellen. (mooi)
- Het ___ wat je kunt doen, is je excuses aanbieden. (weinig)