C1 · Adjectives & articles
Adjectives: participles & comparison
Participle adjectives, spelling changes and comparative forms.
- De ___ cijfers wijken sterk af van de prognose. (bijgesteld)
- Het eenmaal ___ besluit wordt niet teruggedraaid. (genomen)
- Dit is verreweg de ___ oplossing. (eenvoudig)
- Het nieuwe voorstel is ___ dan het vorige. (concreet)
- Het is een ___ probleem dan we dachten. (complex)
- We zoeken een ___ oplossing dan de huidige. (duurzaam)
- Hoe ___ het debat, hoe beter de kijkcijfers. (fel)
- Het ___ gedrag van de supporters werd scherp veroordeeld. (agressief)
- Ze presenteerde een ___ voorstel. (doordacht)
- Het ___ meisje durfde niets te zeggen. (verlegen)
- De ___ verhoudingen in de coalitie zorgen voor spanning. (scheef)
- Het ___ beeld in de media werd later rechtgezet. (vertekend)