C1 · Prepositions
Prepositions of cause, purpose and concession
Nouns and phrases expressing cause, aim and contrast.
- De stijging van de zorgkosten is een belangrijke oorzaak ___ de personeelsuitval.
- Het doel ___ de nieuwe regeling is de transparantie over de tarieven te vergroten.
- Met het oog ___ de bezuinigingen worden de diensten ingeperkt.
- De introductie van de nieuwe werkwijze is ten behoeve ___ de klantgerichtheid.
- ___ de strenge winter was het verkeer extra druk.
- ___ de klachten van de omwonenden besloot de gemeente de plek te verplaatsen.
- Er bestaat twijfel ___ de haalbaarheid van het plan.
- Het beleid is gericht ___ het verminderen van de uitstoot.
- ___ het slechte weer is de inspectie uitgesteld.
- De reden ___ de sluiting van de vestiging is onduidelijk.
- Er is een grote behoefte ___ aanvullend personeel.
- Tegen het advies van de rekenkamer heeft de minister het besluit toch ___.