C1 · Prepositions
Prepositions in relative clauses
waarom, met wie, ten gevolge waarvan and other fixed combinations.
- Ik kan de reden ___ de aanvraag is afgewezen niet begrijpen.
- De adviseur ___ ik gisteren heb gesproken gaf een duidelijk antwoord.
- Dit is de reden ___ het project is uitgesteld.
- De uitslag van het onderzoek is een gevolg ___ de bezuinigingen.
- De kosten ___ het nieuwe systeem zijn aanzienlijk hoger dan verwacht.
- Het jaar ___ de loods werd gerenoveerd, is er veel gewerkt.
- Dit is precies het punt ___ ons gesprek zich concentreerde.
- Het bedrag ___ de beoordelaar akkoord gaat, is nog niet vastgesteld.
- De bewoners ___ het ontwerp is gemaakt, moeten worden geïnformeerd.
- De termijn ___ het indienen van de aanvraag is ongewijzigd.
- Het dossier ___ de beslissingen van de raad is bijna compleet.
- Het voorstel ___ de bewoners hebben bezwaar gemaakt, wordt herzien.