Learn Dutch
C1 · Prepositions

Prepositions in relative clauses

waarom, met wie, ten gevolge waarvan and other fixed combinations.

  1. Ik kan de reden ___ de aanvraag is afgewezen niet begrijpen.
  2. De adviseur ___ ik gisteren heb gesproken gaf een duidelijk antwoord.
  3. Dit is de reden ___ het project is uitgesteld.
  4. De uitslag van het onderzoek is een gevolg ___ de bezuinigingen.
  5. De kosten ___ het nieuwe systeem zijn aanzienlijk hoger dan verwacht.
  6. Het jaar ___ de loods werd gerenoveerd, is er veel gewerkt.
  7. Dit is precies het punt ___ ons gesprek zich concentreerde.
  8. Het bedrag ___ de beoordelaar akkoord gaat, is nog niet vastgesteld.
  9. De bewoners ___ het ontwerp is gemaakt, moeten worden geïnformeerd.
  10. De termijn ___ het indienen van de aanvraag is ongewijzigd.
  11. Het dossier ___ de beslissingen van de raad is bijna compleet.
  12. Het voorstel ___ de bewoners hebben bezwaar gemaakt, wordt herzien.