Learn Dutch
C1 · Prepositions

Adjectives + preposition

Formal adjectives that need a fixed preposition.

  1. Zij is zeer bedreven ___ het onderhandelen.
  2. Het college is verantwoording verschuldigd ___ de gemeenteraad.
  3. Deze regeling is ___ toepassing op alle werknemers.
  4. Deze cijfers zijn representatief ___ de hele sector.
  5. Ons kantoor is gespecialiseerd ___ arbeidsrecht.
  6. De binnenstad is rijk ___ monumenten.
  7. Zij is erg gehecht ___ haar onafhankelijkheid.
  8. Ik ben niet erg gecharmeerd ___ dat idee.
  9. Hij lijkt volkomen immuun ___ kritiek.
  10. De maatregel is strijdig ___ de Grondwet.
  11. Beleggers zijn beducht ___ een nieuwe crisis.
  12. Hij was zich ___ geen kwaad bewust.