C1 · Prepositions
Adjectives + preposition
Formal adjectives that need a fixed preposition.
- Zij is zeer bedreven ___ het onderhandelen.
- Het college is verantwoording verschuldigd ___ de gemeenteraad.
- Deze regeling is ___ toepassing op alle werknemers.
- Deze cijfers zijn representatief ___ de hele sector.
- Ons kantoor is gespecialiseerd ___ arbeidsrecht.
- De binnenstad is rijk ___ monumenten.
- Zij is erg gehecht ___ haar onafhankelijkheid.
- Ik ben niet erg gecharmeerd ___ dat idee.
- Hij lijkt volkomen immuun ___ kritiek.
- De maatregel is strijdig ___ de Grondwet.
- Beleggers zijn beducht ___ een nieuwe crisis.
- Hij was zich ___ geen kwaad bewust.