C1 · Prepositions
Nouns + preposition
Nouns that take a fixed preposition.
- Er is een grote vraag ___ technici.
- Haar bijdrage ___ het debat werd zeer gewaardeerd.
- De invloed van sociale media ___ jongeren wordt vaak overschat.
- Ik heb veel respect ___ mijn tegenstanders.
- Het verbod ___ vuurwerk stuit op verzet.
- De oorzaak ___ het ongeluk is nog onbekend.
- Hij heeft een hekel ___ eindeloos vergaderen.
- De reactie ___ het voorstel was lauw.
- De verhouding ___ beide landen is gespannen.
- Er is geen sprake ___ een structureel probleem.
- In ruil ___ zijn medewerking kreeg hij strafvermindering.
- De angst ___ het onbekende is diep geworteld.