C1 · Prepositions
More verbs + preposition
Formal verbs with a fixed preposition.
- Het rapport wijst ___ een structureel tekort.
- Hij werd ___ fraude veroordeeld.
- Het succes is te danken ___ een goede voorbereiding.
- De discussie mondde uit ___ een felle ruzie.
- Twee leden hebben zich ___ stemming onthouden.
- Wij wijzen iedere verantwoordelijkheid ___ de hand.
- Het bedrijf anticipeert ___ nieuwe regelgeving.
- De partij distantieerde zich ___ de uitspraken van haar woordvoerder.
- Het plan stuitte ___ veel weerstand.
- Zij streeft ___ een eerlijke verdeling van de lasten.
- Dit hangt nauw samen ___ de vergrijzing.
- De patiënt is ___ zijn verwondingen overleden.