In het laboratorium voor cognitieve psychologie van de Universiteit Twente is een reeks experimenten uitgevoerd naar de vraag hoe mensen hun aandacht verdelen wanneer er meerdere taken tegelijk aan de orde zijn. Aan het onderzoek namen achttien proefpersonen deel, van wie er elf dagelijks met een bepaald type software werkten. De resultaten zijn gepubliceerd in een tijdschrift voor toegepaste neuropsychologie.
De opzet berust op de zogenaamde flankerstaak, waarbij de proefpersoon zo snel mogelijk een reeks letters moet beoordelen. In de helft van de proeven krijgt de letter die in het midden staat dezelfde vorm als de letters eromheen. De proefpersoonen reageerden gemiddeld twintig procent sneller wanneer de letter in het midden afweek, maar hun fouten namen tegelijk toe in de omstandigheden waarin de aandacht verdeeld moest worden.
Het belangrijkste resultaat is dat de groep softwaregebruikers niet in alle opzichten beter presteerde. Op de eenvoudige conditie reageerden zij sneller, maar zodra de regels tijdens de proef veranderden, verloor dit voordeel zich. De onderzoekers concluderen dat automatisme alleen helpt zolang de regels onveranderd blijven; bij onvoorspelbare taken levert ervaring geen snelheidswinst op.
De auteurs waarschuwen tegen een al te brede conclusie. Het gaat om een beperkte steekproef in een laboratoriumsituatie, waarin de proefpersonen de taak tien sessies lang uitvoerden zonder onderbreking. Verder onderzoek moet volgens hen uitwijzen of de gevonden patronen ook gelden voor langdurig werk achter een scherm.