De wooncorporatie Woonpunt bedient twintigduizend woningen in drie gemeenten en heeft ruim negenduizend huishoudens op de wachtlijst staan. De gemiddelde wachttijd bedraagt inmiddels drieënhalf jaar, terwijl het aantal beschikbare woningen per jaar nauwelijks toeneemt. In een brief aan de gemeenteraad verklaart de corporatie waarom zij het aantal toewijzingen niet verder kan opvoeren.
Volgens de corporatie is de schaarste niet in de eerste plaats het gevolg van een gebrekkig aanbod. Het aantal huishoudens dat een woning nodig heeft, groeit sneller dan de voorraad. Wooningen zijn gemiddeld zeventien dagen per jaar niet beschikbaar vanwege grote onderhouden en herstellingen, en langer wanneer bewoners een verhuising nodig hebben.
Verder wijst Woonpunt op een verschuiving in de vraag. Aanvankelijk meldden zich vooral jonge gezinnen en ouderen, nu is de druk het grootst bij mensen met een middeninkomen die op zoek zijn naar een grotere of betaalbaardere woning. Zij hebben langdurig elders gewoond en komen daardoor niet in aanmerking voor een urgentieoordeel.
De brief eindigt met een waarschuwing. Een snelle verdeling van het huidige aanbod zou de wachttijd verkorten, maar volgens de corporatie niet de oorzaak aanpakken. Zolang de inkomens op de arbeidsmarkt niet meegroeien, zegt de directeur, blijft de vraag groter dan het aanbod en verschuift het probleem zich alleen maar naar een volgende generatie.