Er is een soort straat ontstaan waarin de bank niet langer voor iedereen is bedoeld. Op een plek in de wijk Oosterburg, waar de gemeente recentelijk de bestrating heeft vervangen, staan houten banken met armleuningen. Op de borden ernaast staat dat de bank bestemd is voor ouderen en minder mobiele bewoners.
De fractie van de partij De Groene Lijn heeft hierover vragen gesteld. Volgens haar is een openbare plek pas openbaar als iedereen er mag zitten, ongeacht leeftijd of mobiliteit. Een bank met armleuningen is in feite een aangepaste plek, en wie niet in die categorie valt, hoort volgens de fractie op straat te blijven zitten.
Het stadsbestuur ziet het anders. De omzetting van de plek is onderdeel van een groter plan waarin rustige zitplekken worden onderscheiden van plekken voor spel en ontmoeting. Volgens een ontwerper die aan het project meewerkte, is het doel om rustige zitplekken te onderscheiden van plekken voor spel en ontmoeting, en niet om sommige mensen uit te sluiten.
De discussie over de banken is daarmee een discussie over de verdeling van een schaars middel: rust. De oplossing die de gemeente heeft gekozen, is technisch van aard en sociaal van betekenis. Zij sluit op de plek een groep uit en maakt een andere groep zichtbaarder, ofschoon zonder daarmee de vraag te beantwoorden wie een openbare ruimte in de eerste plaats is.