Voor de derde keer in twee jaar hebben machinisten van het intercitynetwerk het werk neergelegd. Door de staking vielen op dinsdag ruim zeshonderd treinen uit, en in het land was het lastig reizen. De vakbond had een ultimatum gesteld over de inzet van opvolgers: machinisten vinden het onmogelijk om een dienst van zeven uur vol te houden wanneer er steeds een collega ziek is.
De spoorwegen noemen het aantal opvolgingen dat de vakbond vermeldt misleidend. Volgens de directie gaat het om incidenten, geen structureel probleem, en wijst zij erop dat de treinen in de afgelopen jaren punctueler reden dan ooit. Over de cijfers verschillen de partijen al jaren; een onafhankelijke commissie had vorig jaar moeten komen met een oordeel, maar die is nooit benoemd.
Op de avond van de eerste stakingdag kwamen de onderhandelaars samen in het gebouw van de vakbond. Volgens bronnen die de onderhandelingen volgden, ging het in eerste instantie vooral over de omschrijving van de dienst. De directie wil de opvolging herschrijven, de vakbond wil een harde grens aan het aantal opeenvolgende diensten, en juist over die formulering wordt het verschil groot.
Het akkoord dat twee dagen later werd gesloten, houdt beide partijen bij hun standpunt. Opvolgers mogen voortaan maximaal vier uur per dienst worden ingezet, en de directie verbindt zich daarvoor aan extra opleidingen en een recruitmentactie in het buitenland. De vakbond heeft daarnaast een afspraak gemaakt over de evaluatie van de dienst, die nu iedere twee jaar plaatsvindt in plaats van iedere drie.