Het is een misverstand dat het geheugen met het ouder worden verdwijnt. Wat verandert, is de manier waarop het geheugen wordt benaderd. Volgens neuropsycholoog Marieke van Doorn is er sprake van een verschuiving van de opslag naar het gebruik: kennis die eenmaal is verworven, blijft doorgaans beschikbaar, maar het vinden ervan kost meer moeite en meer tijd.
In haar spreekkamer ziet zij patiënten die zich zorgen maken omdat ze een afspraak zijn vergeten. Het ziektebeeld dat daarachter zit, is meestal niet de ziekte van Alzheimer, maar normale veroudering van de frontale hersenkwabben. Daar wordt de selectie van informatie geregeld. Bij het ouder worden wordt die selectie minder scherp, waardoor afleiding zwaarder weegt dan vroeger.
Van Doorn zegt dat er veel te doen is zonder dat er één middel bestaat dat het probleem oplost. Zij adviseert haar patiënten om routine aan te passen in plaats van extra te presteren: vaste gewoonten, een opgeruimde omgeving en taken op papier zetten in plaats van in het hoofd. Wie de informatie op een plek bewaart waar hij hem ook op andere momenten zoekt, hoeft hem niet te onthouden.
Er is volgens haar wel één risico dat zij onderschat ziet. Wie merkt dat zijn geheugen achteruitgaat, zoekt vaak een verklaring en stelt het uit. Juist een vroege diagnostiek kan dan verschil maken, omdat sommige oorzaken van geheugenverlies behandelbaar zijn. Haar advies aan families is dan ook minder technisch: praat eropen over, ook als het ongemakkelijk is.