Op de avond van de gemeenteraadsvergadering over het nieuwe winkelcentrum zaten er achttien mensen op de publieke tribune, terwijl de zaal tweehonderd plaatsen telde. In het centrum van de stad wonen achttien duizend mensen, en ongeveer een derde van de volwassenen heeft ooit een gemeenteraadsloket bezocht. Dat contrast is de reden waarom socioloog Joost van der Laan zijn onderzoek begon.
Van der Laan analyseerde de aanmeldingen en de agenda's van vijf jaar gemeenteraad in drie steden. Hij vond dat de mensen die een spreuktijd aanvragen, in veel gevallen ook al vaker op inspraakavonden verschenen waren. Eenmaal in de zaal komen, blijkt geen eenmalige gebeurtenis: wie de drempel eenmaal overgaat, komt vaker terug.
De tweede bevinding betreft de volgorde van de spreektijd. In alle drie de steden moesten vragen vooraf schriftelijk worden ingediend, en alleen vragen die binnen de termijn vielen, werden behandeld. Daardoor kregen de vragen die in de zaal gesteld werden, een systeem van voorrang dat degenen die ter plekke kwamen, structureel bevoordeelde.
Van der Laan concludeert niet dat participatie mislukt. Hij wijst erop dat de cijfers hard zijn om te interpreteren: wie niet komt, hoeft vaak geen mening te hebben, en de vraag of de mening verandert, is in zijn onderzoek niet gemeten. Wel stelt hij vast dat de procedures die deelnemen bedoelen te vereenvoudigen, in de praktijk vooral drempels voor de reeds geïnteresseerden hebben verlaagd.