In de stad Zwolle fietst bijna de helft van de werknemers naar het werk. Dat cijfer valt op, omdat de stad geen bijzondere voorzieningen voor fietsers heeft en het weer er niet milder is dan elders in het land. Een onderzoek van de economische faculteit van de Universiteit Twente probeerde te verklaren waarom het aantal zo hoog ligt.
De belangrijkste bevinding is dat de reistijd doorslaggevend is. In de stad ligt het centrum op tien minuten fietsen van het station, en de meeste grote werkgevers situeren zich binnen een half uur van het centrum. Wie in een andere stad woont, kan langs de weg naar het werk weliswaar nog afslaan, maar verliest dan de voorspelbaarheid van de reistijd.
De onderzoekers wijzen op een tweede factor die zelden wordt genoemd: de sociaal-economische samenstelling. In Zwolle is het aandeel huishoudens met een lager inkomen groter dan in steden met veel hogere fietspercentages. Fietsen is voor die huishoudens vaak de enige manier om het werk te bereiken, en juist zij fietsen het hele jaar door, ook bij slecht weer.
Het voor de hand liggende advies, betere fietspaden en meer parkeergelegenheid, verandert volgens de onderzoekers weinig aan de structuur. Wat de reistijd bepaalt, is de stedenbouwkundige keuze om werk en wonen dicht bij elkaar te leggen. Ook wanneer de fietsinfrastructuur perfect is, blijft de vraag: woont een groot deel van de forenzen in een gebied waar je in een half uur naartoe kunt fietsen?