De monumentencommissie van de gemeente moet een oordeel vellen over een ontwerp voor een pand aan de Kop van de Binnenweg. Het ontwerp is eigentijds, gebruikt veel glas en houdt de oude gevel aan de straatkant in stand. De eigenaar zegt dat het pand precies dat doet: een oud huis met een nieuwe laag eromheen.
De commissie is verdeeld. Het belangrijkste bezwaar is niet het ontwerp zelf maar de context. De straat is aangewezen als beschermd stadsgezicht, en volgens de welstandsnota is het uitgangspunt dat nieuwe gebouwen in de vorm en het materiaal van de bestaande omgeving aansluiten. Het ontwerp breekt die regel bewust en opzichtig.
De stadsbouwmeester wijst op een precedent. Twee straten verder staat een pand uit de jaren zestig waarvan de gevel eveneens is vervangen, destijds onder dezelfde wettelijke regels. Dat gebouw is inmiddels opgenomen in een lijst van bouwkundig erfgoed, en de commissie moet volgens de stadsbouwmeester dan ook consequent zijn: wie het ene gebouw waardevol genoeg vindt om te beschermen, kan het andere niet simpelweg afwijzen.
De commissie komt in drie weken samen met een advies. De uitkomst is in de tekst van het ontwerp al verwerkt: de gevel blijft staan, maar het plan verschuift naar een lichtere invulling en een smaller dak. Volgens de projectleider is dat een winst, al erkent hij dat de oorspronkelijke opdracht aan de architect veranderd is. Toch blijft bij hem één vraag hangen: of de commissie ooit een ontwerp zal afwijzen dat op architectuur wordt beoordeeld.