De nieuwe Omgevingswet treedt in werking op 1 januari. Voor gewone burgers verandert er weinig: een vergunning aanvragen gaat op dezelfde manier, alleen het formulier heet nu anders. Voor gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars betekent de wet iets anders. De mogelijkheid om zelf af te wijken van het bestemmingsplan, die jarenlang via buitenplanse activiteiten werd benut, is sterk beperkt.
De critici noemen dat een bekendgemaakte maatregel in de Omgevingswet. Waar een gemeente nu nog in het gebied van de snelle procedure kan afwijken, moet voortaan het volledige plan worden herzien, met alle gevolgen van dien: een openbare inspraakprocedure, een verplichte milieubeoordeling en een termijn van minstens tien maanden. Een project dat drie jaar geleden was gestart, is daarmee op papier niet meer haalbaar.
De vereniging van gemeenten erkent dat de procedure in sommige gevallen onwerkbaar is, maar wijst erop dat de snelheid van het afwijken zelf het probleem was. Juist omdat de afwijking in de luiste fase gebeurde, konden bewoners er niet op reageren. Zij stelt voor dat gemeenten vaker mogen werken met een gemotiveerde afwijking, mits de buren daarover vooraf worden geïnformeerd.
Een jurist aan de universiteit waarschuwt voor een eenvoudige oplossing. Zij wijst op de jurisprudentie van de afgelopen jaren, waarin de rechter de belangen van bewoners steeds zwaarder weegt. Volgens haar heeft de wetgever de procedure willen versimpelen, terwijl de rechter vooral wil weten of de belangen van de omwonenden zijn afgewogen. Het gevaar is, aldus haar, dat de regels strenger worden terwijl de uitkomsten onvoorspelijder worden.