De jongeledenvereniging voor vrijwilligerswerk heeft bijna veertigduizend leden, van wie bijna de helft jonger is dan twintig. Dat is opvallend, want de organisaties die deze jongeleden helpen, klagen juist over een tekort aan vrijwilligers. Het beeld dat vrijwilligerswerk vooral iets is voor mensen met vrije tijd na hun baan, lijkt dus achterhaald.
Uit een onderzoek onder drieduizend leden blijkt dat de belangrijkste reden niet het helpen zelf is, maar de ontmoeting. Zes van de tien noemden nieuwe mensen leren kennen als de belangrijkste reden om terug te komen, en slechts een derde noemde het doel van de organisatie zelf. Bijna de helft was via het vrijwilligerswerk aan een stage of een vakantiewerk gekomen.
Dat laatste punt is voor de organisaties van belang, zegt onderzoeker Marijke Doorn, die het onderzoek begeleidde. Een stage die via het vrijwilligerswerk tot stand komt, kost de organisatie minder dan een stage in het bedrijfsleven, en aan de stage zit een verplichting om de jongere te begeleiden. De stage duurt echter niet lang genoeg om echt werk te doen, en dat is volgens Doorn een gemiste kans: jongeren die hier hun eerste werkervaring opdoen, bouwen daarna vaak een loopbaan op in dezelfde sector.
De organisaties worstelen nog met de vraag hoe ze die vrijwilligers moeten waarderen. Wie een stage doet, krijgt een bedankje en een certificaat. Doorn denkt dat daar meer op gang zou moeten komen, al ziet zij ook dat de organisaties daar de middelen niet voor hebben. Het werk is immers onbetaald, en het geld dat er is, gaat naar de begeleiding.