Op de markt in het stadspark staan elke zaterdagochtend achttien kramen. De meeste daarvan zijn bedrijven die minder dan vijf hectare grond bewerken, en volgens de organisatie is dat precies de reden waarom de markt bestaat. De boeren die hier verkopen, krijgen een prijs die twee keer zo hoog is als de prijs die zij via de groothandel krijgen.
Dat klinkt gunstig, maar de cijfers vertellen een genuanceerder verhaal. Een boer die zijn producten op de markt verkoopt, staat uren lang op een kram en betaalt voor een plek. Wie de hele dag staat, heeft op een dag met slecht weer minder verdiend dan een week marktwerk oplevert. De organisatie raadt daarom aan om de markt als aanvulling op het bedrijf te zien, niet als vervanging ervan.
Een boerin die al zes jaar op de markt staat, bevestigt dat. Zij verkoopt kaas en groente, maar de lijn die het meest oplevert, is de lijn waarop klanten zeggen dat ze volgend week nog zullen terugkomen. Zij kent hun namen, en dat is, zegt zij, het verschil tussen een verkoop en een klant die blijft. De markt levert haar daarom niet alleen geld maar ook een vaste kring van afnemers die haar plannen mogelijk maakt.
De markt heeft daarnaast een bijwerking die moeilijk te meten is. Bedrijven die hun producten verkopen via de markt, moeten hun btw-aangifte en hun registratie op orde hebben, en dat is voor kleinere bedrijven vaak de eerste formele stap. Een aantal boeren uit de omgeving is daarom bij de markt gaan aansluiten, ook al verkopen ze er maar een deel van hun producten.