Elk jaar in de eerste week van mei zit het station bij het Krimpenerwaard op de vogelkooitjes. Het station heeft een reeks van bijna honderd jaar aan waarnemingen, en juist die lange reeks maakt de veranderingen zichtbaar. De gemiddelde aankomstdatum van de tjiftjaf is in die periode ongeveer negen dagen naar voren geschoven.
Dat is geen modes want het verslaat de reeks. Wanneer de eerste tjiftjaf van het jaar werd geregistreerd, gebeurde dat op een dag waarop het weer in Noord-Europa nog aantoonbaar winterlijk was. Tegenwoordig verschijnen de eerste vogels op een dag waarop de bomen in de omgeving volledig in blad zitten. Wie de oude en de nieuwe aankomstdata naast elkaar legt, ziet een verschil dat nauwelijks te geloven is.
De betekenis daarvan is volgens de ornitholoog die het station leidt dubbel. Aan de ene kant is het gunstig: de vogels vinden in een gemiddeld jaar voedsel op het moment dat zij aankomen. Aan de andere kant is het gevaarlijk. Als het weer in april nog een keer terugvalt, en dat gebeurt, dan is het voedsel op dat moment nog niet beschikbaar, terwijl de vogels er al zijn.
Het station doet er daarom meer dan tellen. Het publiceert de gegevens van de reeks en werkt mee aan een model dat berekent hoeveel kans op voedseltekort een vogel heeft bij verschillende aankomstdatums. Dat model wordt gebruikt door de Dienst voor het Natuur- en Landschap, die op basis daarvan kan bepalen waar extra maatregelen nodig zijn. Zonder die reeks zou die berekening niet mogelijk zijn, zegt de ornitholoog.