De kerncentrale in Dodewaard is in 1997 gesloten, maar het gebouw staat er nog steeds, en dat is geen reden voor afval. In het opinieblad Land en Lucht beschrijft energie-econoom Frans van Loon de omzetting van de gesloopte centrale in een locatie waar langdurig uranium wordt opgeslagen. Naar verwachting wordt de locatie in 2070 weer leeg.
Van Loon zegt dat het voor de hand liggende alternatief, het afvoeren van het materiaal naar een land dat het wil opslaan, een probleem oplevert dat men al meer dan een halve eeuw probeert op te lossen. Het afval is namelijk niet het gevaarlijkste dat we hebben. Een veel groter deel van het afval bestaat uit materialen die alleen in de toekomst gevaarlijk worden, wanneer de oorspronkelijke reactoren inmiddels lang gesloten zijn.
Een andere econoom, die liever anoniem wil blijven, is veel kritischer. De kerncentrale is gebouwd voor een tijdperk waarin de vraag naar elektriciteit anders was, en de plannen voor nieuwe centrales leggen zichzelf een prijs op die volgens hem niet realistisch is. Volgens deze econoom zou het verstandiger zijn geld te besteden aan onderzoek naar opslag en naar manieren om de hoeveelheid afval te beperken.
Van Loon bestrijdt die opvatting. Volgens hem is het beleid van afwachten zonder alternatief een beleid van oplossen tegen een steeds hogere prijs. Het afval dat nu in Dodewaard ligt, zou volgens hem ook in een centrale uit 1970 kunnen liggen, en dat verschil in locatie weegt volgens hem niet op tegen de kosten die het afvoeren meebrengt.