Learn Dutch
C1 · Reading

The endless meeting

A columnist takes aim at Dutch meeting culture.

Vorige week ontving ik een uitnodiging voor een 'voorbespreking ter voorbereiding van het afstemmingsoverleg'. Ik heb de zin drie keer gelezen, in de hoop dat er ergens een grap in verstopt zat. Dat was niet zo. Het was bittere ernst, en bovendien stond de bijeenkomst gepland op vrijdagmiddag, het tijdstip waarop de Nederlandse werknemer traditioneel al met één been in de kroeg staat.

Laat ik vooropstellen dat ik niets tegen overleg heb. Het poldermodel heeft ons land veel gebracht: stakingen zijn hier zeldzaam, conflicten worden zelden op straat uitgevochten en wie iets wil veranderen, weet dat hij eerst iedereen aan tafel moet krijgen. Dat is, in de woorden van menig bestuurskundige, een groot goed. Maar elk goed kan ontaarden in een kwaad, en ergens onderweg zijn we vergeten dat overleg een middel is en geen doel.

Neem de gemiddelde werkweek van een beleidsmedewerker. Uit een rondgang die ik onder kennissen hield – volstrekt onwetenschappelijk, dat geef ik direct toe – blijkt dat zij gemiddeld vijftien uur per week vergaderen. Over de overige uren valt weinig te zeggen, behalve dat ze grotendeels opgaan aan het lezen en schrijven van verslagen van diezelfde vergaderingen. Wie daadwerkelijk iets uitvoert, is in zo'n organisatie al snel verdacht: heeft hij dat wel voldoende afgestemd?

De kneep zit hem in de verantwoordelijkheid. Een besluit dat door twaalf mensen is genomen, is door niemand genomen. Gaat het mis, dan wijst iedereen naar 'het proces'. Zo bezien is de eindeloze vergadering geen teken van betrokkenheid, maar een verzekeringspolis tegen persoonlijke aansprakelijkheid.

Ik pleit niet voor de afschaffing van het overleg; dat zou even onverstandig als onuitvoerbaar zijn. Wel stel ik voor dat elke uitnodiging voortaan vergezeld gaat van één eenvoudige vraag: welk besluit nemen we na afloop? Wie die vraag niet kan beantwoorden, kan de vergaderzaal beter overslaan. Ik ben benieuwd hoeveel agenda's er dan nog vol zitten. Op vrijdagmiddag in elk geval niet meer.

Questions

  1. Hoe kun je de toon van de eerste alinea het best typeren?
  2. Waar of niet waar? De columnist is principieel tegen overleg.
  3. Waar of niet waar? Volgens de columnist heeft het poldermodel bijgedragen aan maatschappelijke rust.
  4. Waarom noemt de columnist zijn eigen rondgang 'volstrekt onwetenschappelijk'?
  5. Wat bedoelt de columnist met 'een verzekeringspolis tegen persoonlijke aansprakelijkheid'?
  6. Wat stelt de columnist concreet voor?