C1 · Verbs
The passive with a modal verb
Modal + worden + participle in official and formal Dutch.
- De aanvraag moet uiterlijk 1 mei ___ bij de afdeling. (worden)
- Het jaarverslag kan elk jaar door de rekenkamer ___. (worden)
- De oude loods zal in het voorjaar ___. (worden)
- De cijfers moeten eerst ___ voordat ze gepubliceerd worden. (worden)
- Zo'n ingrijpend besluit mag niet ___ zonder de ondernemingsraad te horen. (worden)
- Had het contract maar eerder ___. (worden)
- De klacht moet binnen de gestelde termijn ___. (worden)
- Alle dossiers moeten vóór 1 juli ___. (worden)
- De bezuiniging zou niet ___ zonder de werknemers te raadplegen. (worden)
- Het gebouw had moeten ___ voordat de bewoningen verhuisten. (worden)
- De vergissing had vermeden kunnen ___. (worden)
- Wat de rekenkamer heeft opgemerkt, moet in het jaarverslag ___. (worden)