Learn Dutch
C1 · Verbs

Causatives with zorgen dat

zorgen dat, ervoor zorgen dat, toezien dat and other causatives.

  1. De directie zorgt ervoor dat de wachttijd bij de loketten onder de norm ___. (blijven)
  2. De gemeente zorgt ervoor dat de bewoners van de wijk tijdig worden ___. (worden)
  3. De rekenkamer drong erop aan dat de uitgaven voortaan vooraf werden ___. (worden)
  4. Het bestuur draagt er zorg voor dat de bewoners tijdens de werkzaamheden een alternatieve route ___. (krijgen)
  5. De toezichthouder zal erop toezien dat de zorginstelling de normen blijft ___. (naleven)
  6. Het college draagt er zorg voor dat de vergadering van de wijkraad openbaar ___. (blijven)
  7. De werkgever moet er zorg voor dragen dat de werknemers de benodigde opleiding ___. (krijgen)
  8. De bewoners hebben er dringend op aangedrongen dat de raad de plannen alsnog ___. (herzien)
  9. De ondernemingsraad heeft ertoe ___ dat de reorganisatie zonder conflict is verlopen. (bijdragen)
  10. De raad heeft de directie opgedragen de jaarrekening vóór 1 mei in te ___. (dienen)
  11. De inspectie heeft de instelling ertoe ___ de bewoners vooraf te informeren over de werkzaamheden. (verplichten)
  12. Er moet zorg worden ___ dat de bewoners de werkzaamheden kunnen volgen. (dragen)