C1 · Verbs
Fixed verb and preposition pairs
Formal verb and preposition combinations learned as one unit.
- De secretaris moet zich verantwoorden ___ de uitgaven van het fonds. (verantwoorden voor)
- De directie gaat bij de begroting uit ___ de prognose van het externe bureau. (uitgaan van)
- De directeur moet instaan ___ de beslissing van de raad. (instaan voor)
- De raad heeft zich het recht voorbehouden ___ een eigen onderzoek. (zich het recht voorbehouden om te)
- De raad besteedt onvoldoende aandacht ___ de klachten van de omwonenden. (aandacht besteden aan)
- De aanvraag voldoet ___ de voorwaarden die in de regeling staan. (voldoen aan)
- De raad moet toezien ___ de correcte uitvoering van de bezuinigingen. (toezien op)
- De stichting beroept zich ___ de wettelijke beveiliging van de gegevens. (beroepen op)
- De werkwijze van de afdeling wijkt ___ de richtlijnen van het ministerie. (afwijken van)
- De inspectie gaat zorgvuldig om ___ de persoonsgegevens van de patiënten. (omgaan met)
- De vakbond is opgekomen ___ de belangen van de werknemers bij de reorganisatie. (opkomen voor)
- De rekenkamer heeft nog niet gereageerd ___ het verzoek om extra informatie. (reageren op)