Learn Dutch
C1 · Verbs

The verb closes the subordinate clause

Word order in formal clauses: the verb group at the end.

  1. Hoewel de commissie het voorstel al had ___, wilde de raad het alsnog behandelen. (beoordelen)
  2. Omdat de termijn was ___, kon de aanvraag niet meer worden ingediend. (verlopen)
  3. Hoewel de directeur had ___, werd de procedure toch hervat. (bezwaar)
  4. Nu de commissie de conclusies had ___, kon de rekenkamer haar werk hervatten. (getoetst)
  5. Zolang de procedure niet is ___, blijft de oude regeling van kracht. (herzien)
  6. Nadat de klachten waren ___, besloot het college de tarieven te handhaven. (beoordeeld)
  7. Hoewel de bewoners hadden ___, werd de vergadering toch gehouden. (bezwaar)
  8. Zodra de vergunning is ___, mag de aannemer beginnen. (verleend)
  9. Voor zover de raad het heeft ___, is er geen bezwaar tegen de herinrichting. (bekendgemaakt)
  10. Hoewel de rekenkamer de cijfers niet heeft ___, werd de conclusie toch overgenomen. (gecontroleerd)
  11. Wanneer de aanvraag is ___, wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gesteld. (ingewilligd)
  12. Omdat de partijen het niet zijn ___, werd de zaak aan de rechter voorgelegd. (eens)