Learn Dutch
C1 · Verbs

Keer-woorden in formal Dutch

Fixed expressions that sound like their opposite: te laat, juist, wel.

  1. De aannemer is, zoals vaker voorkomt in dit project, te laat ___ met de oplevering. (komen)
  2. De raad heeft de afdeling er inderdaad te weinig op aandacht ___. (besteden)
  3. De vertegenwoordigers namen al te gretig ___ aan de gratis lunch. (nemen)
  4. Het college deed er inderdaad juist niets ___ aan de klachten van de wijk. (doen)
  5. De inspectie heeft de procedure bewust te lang ___ laten lopen. (laten)
  6. De directie gaf de klacht te weinig ___ en stelde een te lage schadevergoeding voor. (geven)
  7. De voorzitter vond het onderwerp te delicaat om in het openbaar te ___. (bespreken)
  8. De regering was er te vroeg bij om de resultaten al ___. (aankondigen)
  9. De bewoners moeten er wel degelijk op ___ dat hun gegevens beschermd blijven. (letten)
  10. Zij gaf de directie geen gelijk, maar liet opvallend weinig ___ van haar twijfel. (blijken)
  11. Het kabinet had de belangen van de bewoners te zeer op de achtergrond ___. (laten)
  12. De commissie hield de omwonenden niet te laat ___ van de werkzaamheden. (houden)