C1 · Verbs
Verbs of giving and taking
geven, nemen, uitlenen, uitdelen, toewijzen in formal Dutch.
- De raad heeft de stichting een subsidie van veertigduizend euro ___. (verlenen)
- Het college heeft de klager een schriftelijke ___. (verlenen)
- De bank heeft de instelling een lening van twee miljoen euro ___. (verstrekken)
- De voorzitter heeft de geluisterden de gelegenheid gegeven om vragen te ___. (stellen)
- De minister heeft de regio de verantwoordelijkheid voor het programma ___. (overdragen)
- De bewoners hebben tegen de aannemer bezwaar ___. (maken)
- De directeur heeft de werknemers een jaar de tijd ___. (geven)
- De gemeenteraad heeft de bewoners een termijn van zes weken ___. (geven)
- Het college heeft de ontwerper de opdracht gegeven het plein opnieuw te ___. (inrichten)
- De inspectie heeft de instelling de gelegenheid gegeven zich te ___. (verdedigen)
- De commissie heeft de betrokkenen de gelegenheid gegeven hun zienswijze in te ___. (dienen)
- De stichting heeft de bewoners een plek in het wijkplatform ___. (aanbieden)