C1 · Verbs
Promising and insisting
toezeggen, beloven, eisen, aandringen, volhouden in formal Dutch.
- De minister zegde toe dat de maatregelen vóór de zomer ___ worden ingevoerd. (worden)
- De wethouder heeft de bewoners ___ dat de geluidsoverlast binnen een half jaar verdwijnt. (toezeggen)
- De ondernemingsraad heeft erop ___ dat de procedure eerst wordt geëvalueerd. (aandringen)
- De rekenkamer eist dat de minister de berekeningen openbaar ___. (maken)
- De vakbond volhoudt dat de verplichtingen in de cao niet zijn ___ na de reorganisatie. (verwateren)
- De voorzitter beloofde de commissie dat zij de aanvraag vóór de vergadering zou ___. (beoordelen)
- De raad heeft van de minister een toezegging ___ dat de bezuiniging niet doorgezet wordt. (verkrijgen)
- De bewoners hielden vol dat de raad de beloften deze zomer nog moet ___. (nakomen)
- De commissie eiste dat de externe adviseur de gegevens opnieuw zou ___. (controleren)
- De bestuurder heeft de bewoners ertoe weten ___ dat de diensten niet worden ingeperkt. (bewegen)
- De inspectie heeft er bij de aanvrager op ___ dat de juiste stukken worden ingediend. (aandringen)
- De regering heeft de extra middelen toegezegd voor zover die ___. (noodzakelijk)