C1 · Verbs
Admitting and denying
toegeven, bekennen, ontkennen, loochenen, betwisten in formal Dutch.
- De directeur gaf toe dat de procedure niet zorgvuldig was ___. (geweest)
- Het college erkende dat de bewoners te laat waren ___. (geïnformeerd)
- De woordvoerder ontkende dat er sprake was van een ___ van de normen. (schending)
- De directeur van de instelling bekende dat de dossiers te laat waren ___. (ingediend)
- De bewoners hebben de beschuldiging van de aannemer ten dele ___. (lochenen)
- De rekenkamer stelde vast dat de regering de eigenlijke kosten had ___. (verzwegen)
- De raad betwist de conclusie dat de normen te streng zijn ___. (geweest)
- De aangeklaagde loochende ten sterkste dat hij de regels had ___. (overtreden)
- De inspectie gaf openlijk toe dat de eigen controles tekort ___. (schoten)
- De minister weigerde te ___ dat er fouten waren gemaakt. (erkennen)
- De stichting heeft in de verantwoording erkend dat de procedure niet aan de normen ___. (voldoen)
- Het bestuur ontkende in alle openbaarheid dat er sprake was van ___. (vriendjespolitiek)