Learn Dutch
C1 · Verbs

Warning and ordering

waarschuwen, dreigen, gebieden, verbieden, opdragen in official Dutch.

  1. De inspectie waarschuwde de instelling dat de normen dreigend werden ___. (overschreden)
  2. De vakbond dreigde met een rechtszaak als de plannen niet werden ___. (bijgesteld)
  3. De gemeente heeft de eigenaar van het pand geboden de gevel binnen drie maanden te ___. (herstellen)
  4. De raad heeft het college verboden de tarieven zonder voorafgaand overleg te ___. (verhogen)
  5. De toezichthouder heeft de instelling gewaarschuwd dat bij herhaling de vergunning kan worden ___. (intrekken)
  6. De voorzitter heeft de(get) leden dringend opgedragen de ingezonden zienswijzen te ___. (publiceren)
  7. De minister waarschuwde de branche dat de regels strenger zullen ___. (worden)
  8. De school heeft de ouders gewaarschuwd dat de dienstregeling is ___. (gewijzigd)
  9. Het bestuur heeft de directie geboden de facturen uitsluitend via de administratie te ___. (betalen)
  10. De gemeente waarschuwde de bewoners dat de sloop van de loods ___. (zou plaatsvinden)
  11. De arbeidsinspectie heeft de werkgever opgedragen de werkomstandigheden onmiddellijk te ___. (verbeteren)
  12. De vereniging heeft de leden verboden tijdens de staking bijeen te ___. (komen)