C1 · Verbs
Warning and ordering
waarschuwen, dreigen, gebieden, verbieden, opdragen in official Dutch.
- De inspectie waarschuwde de instelling dat de normen dreigend werden ___. (overschreden)
- De vakbond dreigde met een rechtszaak als de plannen niet werden ___. (bijgesteld)
- De gemeente heeft de eigenaar van het pand geboden de gevel binnen drie maanden te ___. (herstellen)
- De raad heeft het college verboden de tarieven zonder voorafgaand overleg te ___. (verhogen)
- De toezichthouder heeft de instelling gewaarschuwd dat bij herhaling de vergunning kan worden ___. (intrekken)
- De voorzitter heeft de(get) leden dringend opgedragen de ingezonden zienswijzen te ___. (publiceren)
- De minister waarschuwde de branche dat de regels strenger zullen ___. (worden)
- De school heeft de ouders gewaarschuwd dat de dienstregeling is ___. (gewijzigd)
- Het bestuur heeft de directie geboden de facturen uitsluitend via de administratie te ___. (betalen)
- De gemeente waarschuwde de bewoners dat de sloop van de loods ___. (zou plaatsvinden)
- De arbeidsinspectie heeft de werkgever opgedragen de werkomstandigheden onmiddellijk te ___. (verbeteren)
- De vereniging heeft de leden verboden tijdens de staking bijeen te ___. (komen)