Learn Dutch
C1 · Verbs

Permitting and forbidding

toestaan, verbieden, verboden, toelaten: what is allowed.

  1. Het college staat de bedrijven toe de laadzone op eigen risico te ___. (gebruiken)
  2. De raad heeft de bewoners toegestaan de bomen in hun straat zelf te ___. (verplanten)
  3. De verordening verbiedt het afstorten van afval in de openbare ___. (ruimte)
  4. De eigenaar is niet toegestaan de gevel zonder vergunning te ___. (veranderen)
  5. De richtlijnen staan niet toe dat de bewoners zelf beslissen over de ___. (inrichting)
  6. De politie heeft de demonstranten toegestaan de plek op te ___. (ruimen)
  7. De directie heeft de medewerkers niet toegestaan de oude apparatuur nog langer te ___. (gebruiken)
  8. Het bestuur heeft de omwonenden een tijdje toegestaan de parkeerplaats te ___. (gebruiken)
  9. De arbeidswet verbiedt de werkgever de werknemers buiten de vastgestelde uren te laten ___. (werken)
  10. De vergunning staat de ontwikkelaar toe de woningen in twee fasen op te ___. (leveren)
  11. De raad verbiedt de verhuurders de huur op te ___ zonder toestemming. (verhogen)
  12. Het is de bewoners niet toegestaan op de galerij te ___. (roken)