C1 · Verbs
Regretting and hinting
betreuren, spijt hebben, duidelijk maken, aanstippen, hinten.
- De minister betreurde dat de bewoners nog niet over de plannen zijn ___. (geïnformeerd)
- De directie heeft spijt van de manier waarop de klant is ___. (behandeld)
- De voorzitter maakte duidelijk dat de termijn voor de reactie te ___ was. (krap)
- De secretaris wees er fijntjes op dat de stukken nog niet compleet ___. (waren)
- De rekenkamer heeft in het rapport laten weten dat zij de berekeningen heeft ___. (gecontroleerd)
- De wethouder heeft in de raadsvergadering laten doorschemeren dat er een nieuw plan ___. (komen)
- Het bestuur betreurt de gang van zaken en heeft de betrokkenen gevraagd om hun ___. (medewerking)
- De adviseur heeft subtiel aangegeven dat de berekening niet helemaal ___ was. (kloppen)
- De minister heeft spijt van de beslissing om de aanvraag toe te ___. (wijzen)
- De voorzitter gaf met zoveel woorden te ___ dat de begroting niet was goedgekeurd. (begrijpen)
- De raad heeft zijn teleurstelling uitgesproken over het uitblijven van een ___. (reactie)
- De toezichthouder heeft bezwaar gemaakt tegen de manier waarop de instelling de melding heeft ___. (behandeld)