C1 · Verbs
Surprising and annoying
verwonderen, verbazen, verbouderen, ergeren, hinderen, lastig vallen.
- Het college ___ zich over het grote aantal bezwaren van de bewoners. (verwonderen over)
- De raad verbaasde zich over het feit dat niemand de vergissing had ___. (opmerken)
- De bewoners ___ zich over de aanhoudende geluidsoverlast van de werkzaamheden. (ergeren over)
- De omwonenden hebben het lawaai van de uitbreiding altijd al ___. (vervelend vinden)
- De commissie heeft zich ___ over de late reactie van de aanbestedende dienst. (verbouderen over)
- Het trage tempo van de procedure heeft de betrokkenen flink ___. (gehinderd)
- De overlast van de vroege ochtendcontainers ___ de bewoners van de straat. (hinderen)
- De stichting heeft de bewoners geïnformeerd over de maatregelen die de overlast moeten ___. (verminderen)
- Het plotselinge besluit heeft de medewerkers volledig ___. (verbaasd)
- De raad heeft zich het meest ___ over het ontbreken van een motivering. (verwonderen over)
- De bewoners hebben bezwaar gemaakt omdat de werkzaamheden hun dagelijkse routine bleven ___. (verstoren)
- Het college heeft de bewoners laten weten dat de overlast vanaf deze week zal ___. (afnemen)