Learn Dutch
C1 · Verbs

Apologising formally

zich verontschuldigen, excuses aanbieden, spijt betuigen.

  1. De aannemer heeft zich bij de bewoners voor de geluidsoverlast ___. (zich verontschuldigen voor)
  2. Het college heeft de bewoners ___ aangeboden voor het ontbreken van informatie. (excuses aanbieden)
  3. De minister heeft zijn spijt ___ over de late publicatie van de cijfers. (spijt betuigen over)
  4. Het bestuur heeft de directie gevraagd ___ voor de onzorgvuldige behandeling. (excuses maken)
  5. De directeur heeft de werknemers persoonlijk zijn ___ aangeboden. (excuses aanbieden)
  6. De redactie heeft de schrijver om ___ gevraagd voor het onjuiste bericht. (excuses vragen)
  7. De voorzitter heeft de ouders om begrip ___. (begrip vragen)
  8. De rekenkamer heeft in het rapport ___ gemaakt voor het ontbreken van gegevens. (excuses maken)
  9. De jonge medewerker heeft zijn fout bij de directie ___. (bekennen)
  10. De bewoners willen weten hoe de gemeente zich voor de eerdere fouten ___. (zich verontschuldigen voor)
  11. De bewoners hebben het college gevraagd zich voor het uitblijven van een reactie te ___. (zich verontschuldigen voor)
  12. Na de enquête heeft de wethouder ___ aangeboden en een nieuw onderzoek aangekondigd. (excuses aanbieden)