C1 · Verbs
Thanking formally
bedanken voor, dank uitspreken, waardering tonen, erkentelijkheid.
- De voorzitter ___ de vrijwilligers voor hun inzet tijdens het festival. (bedanken voor)
- De minister sprak zijn ___ uit voor de medewerkers van de crisisorganisatie. (dank uitspreken voor)
- Het college heeft de bewoners een blijk van ___ gegeven voor hun medewerking. (een blijk van dank geven)
- De rekenkamer ___ de ambtenaren voor de zorgvuldige voorbereiding van het dossier. (bedanken voor)
- De voorzitter ___ de gastspreker voor zijn heldere bijdrage aan het symposium. (danken voor)
- De stichting ___ de vrijwilligers hartelijk voor hun onbaanschikkelijke inzet. (danken voor)
- De raad heeft aan de commissie zijn dank ___. (dank uitspreken aan)
- De directeur heeft de medewerkers bedankt voor hun inzet en hun een lunch ___. (aanbieden)
- De raad heeft de bewoners bedankt voor hun bijdrage aan het ontwerp en hun waardering ___. (waardering uitspreken voor)
- De directie bedankt de klanten voor hun geduld en biedt hun een compensatie ___. (compensatie aanbieden)
- De voorzitter bedankde de ouders voor hun komst en sprak voor hen zijn waardering ___. (waardering uitspreken voor)
- De gemeentelijke dienst bedankt de melder en ___ op de hoogte van de afhandeling. (op de hoogte houden van)