C1 · Verbs
Trying and attempting
proberen, trachten, pogen, ernaar streven, het waarderen.
- De aannemer ___ de oplevering van het gebouw een week uit te stellen. (proberen)
- Het college streeft ernaar de wachttijd bij de aanvraagprocedure te ___. (verkorten)
- De onderzoekers ___, maar het verband tussen de twee factoren bleek onbewezen. (pogen)
- De burgemeester ___ de slechte bereikbaarheid van het centrum met de bewoners te bespreken. (trachten)
- De directie heeft de medewerkers gevraagd zich ___ de doelstellingen van het jaar. (zich erop toeleggen)
- De rekenkamer kon niet ___ waarom de cijfers zo laat waren gepubliceerd. (verklaren)
- De bewoners hebben de directie gevraagd de hinder ___ te beperken. (trachten)
- Het ministerie ___, maar de regering wilde geen nieuwe regels. (pogen)
- De studenten ___ een stageplaats bij een gemeentelijke dienst te vinden. (proberen)
- De raad heeft de wethouder gevraagd de bezuiniging ___ te vermijden. (pogen)
- De inspectie heeft de instelling gevraagd de werkwijze grondig te ___. (evalueren)
- Na jaren volhouden lukte het de bewoners eindelijk de bebouwing aan de rand van het dorp te ___. (afwenden)